Zuiveringsproces

Het zuiveringsproces verloopt als volgt:

Voorfiltratie > pH-neutralisatie > ozonisatie > fijnfiltratie > koolstofabsorptie

1.

Een grof filter, met een doorlaat van 50 µ, zorgt voor de voorfiltratie.

2.

In tank I vindt de pH-neutralisatie tot 7 plaats. Afhankelijk van de vervuiling van het water, wordt een zuur of een

base toegevoegd (aluminiumsulfaat of natriumhypochloride). Indien nodig wordt een antischuimmiddel ingespoten.

Zouten van zware metalen worden hier omgezet in hydroxiden die neerslaan op de bodem.

3.

In tank II worden organische stoffen, kleine metaaldeeltjes en cyaniden afgebroken met behulp van

een ozongenerator die ozon in de tank injecteert. Door ozonisatie valt de ozon valt uiteen in zuurstof,

waarna het residu in de tank eenvoudig kan worden verwijderd.

4.

Bij de fijnfiltratie gaat het door een fijnfilter met een doorlaat van 20 µ.

5.

Als laatste stap wordt een actief-koolfilter ingezet voor de koolstofabsorptie.

Het zuiveringsproces wordt gestuurd en bewaakt door een PLC-processor. Hiermee kunnen we het zuiveringsproces aanpassen aan de graad van vervuiling van het afvalwater. Met het aanwezige instrumentarium sporen we de aanwezigheid van zware metalen op. Indien gewenst kan een xenotex-filtratie worden toegepast voor een verdergaande verwijdering van zware metalen en zuivering tot drinkbare kwaliteit.

     

Het gezuiverde water is nu klaar voor hergebruik of lozing. Er blijft slechts een minimale hoeveelheid reststoffen over. Deze reststoffen in de filters en tanks worden op een verantwoorde manier verwerkt bij de Afvalverbrandingsinstallatie (AVI) van het Afval Energiebedrijf Amsterdam.